|
Technische aspecten
Van licht naar
elektriciteit, ook wel zonnestroom genoemd. Dikwijls wordt de
term “fotovoltaïsch” gebruikt. Dit woord is afkomstig van het Griekse woord photos (dat “licht” betekent) en Volta, de naam van een Italiaanse
graaf die de eerste elektrische batterij uitvond. Voor zonnepanelen die
elektriciteit opwekken, gebruikt men de afkorting PV-modules (van het Engelse
“photovoltaic”). PV-cellen zijn een halfgeleidermateriaal. Onder invloed van
(zon)licht ontstaan er in het halfgeleidermateriaal vrije elektronen die door de
zonnecel kunnen bewegen door middel van een spanningsverschil. Hierdoor ontstaat
er een elektrische stroom. Hierbij komt geen CO2
vrij; elke PV-installatie zorgt dan ook voor een verminderde CO2-uitstoot.
Men onderscheidt verschillende types zonnecellen, met elk
een ander fabricageproces. Traditionele indelingen beschrijven de kristallijne
en de amorfe techniek, die beide silicium (zand) als grondstof gebruiken. Recent
werden er evenwel nieuwe types ontwikkeld, zoals de CIGS-zonnecellen
Kristallijne modules zijn harde panelen. Dergelijke
PV-modules zijn opgebouwd uit meerdere rijen zonnecellen die met elkaar
verbonden zijn. Deze cellen worden op een harde kunststofplaat gelegd en zijn
aan de voorzijde afgeschermd met een geharde glasplaat. De elektrische
bekabeling bevindt zich aan de achterzijde van de panelen zodat die al beschermd
zijn tegen de meeste weersinvloeden. Bij de kristallijne panelen worden de
zonnecellen flinterdun verzaagd uit een balkje kristallijn silicium.
Bij de amorfe techniek wordt het silicium (Si) op een dunne
metaalplaat tijdens een continu proces in drie aparte lagen door middel van een
sputtertechniek gespoten. Dat is de befaamde Triple Junction-technologie, die
bepaalde voordelen biedt : men verkrijgt flexibele PV-modules, die licht zijn
qua gewicht en de mogelijkheid hebben beter diffuus licht te vangen en om te
zetten in groene stroom.
Naast deze beide technieken bestaat de CIGS-technologie, die
niet is ontwikkeld op basis van silicium. CIGS staat voor koper (Cu, van
“cuprum”), indium (In), gallium (Ga) en selenium (Se). Deze recentere
technologie wordt toegepast in de I.R.S-Sunhunter-zonnepanelen. De metalen op de
CIGS-cellen worden ook hier aangebracht door middel van een sputtertechniek.
Deze cellen worden beschermd door een tweede buis en een gelachtige vloeistof
tussen de twee buizen. De gel beschermt enerzijds de gesputterde metalen op de
cel. Anderzijds versterkt deze gel ook de instraling van het zonlicht, wat de
prestatie verbetert.
Uit die technieken vloeien vier types van cellen.
 |
|
Monokristallijne zonnecellen zijn vervaardigd uit
siliciumplakken, die uit een groot donkerblauw “monokristal” zijn gezaagd. Dat
kristal is gecontroleerd afgekoeld, waardoor een gelijkmatige structuur is
ontstaan.
|
 |
|
Polykristallijne zonnecellen (of multikristallijn
silicium) worden gegoten en vervolgens gezaagd. Dit is een ander proces dan dat
van de monokristallijne cellen. Tijdens het stollen ontstaan verschillende
kristallen die het materiaal een onregelmatig geschakeerd uitzicht geven. Het
rendement van polykristallijne cellen ligt iets lager (circa 2%) dan dat van
monokristallijne cellen. |
 |
|
Amorfe cellen bestaan uit een netwerk van
siliciumatomen zonder regelmatig geordend kristalrooster, zoals bij kristallijn
silicium. Voordelen zijn het kleinere materiaalgebruik, de continue productie
met laag energieverbruik, en de mogelijkheid ze te plaatsen op grote
oppervlaktes op goedkope dragers, zoals een dakbedekking.
|
|

CIGS-cellen zijn een compositie van meerdere dunne
metaallagen (“thin film”) die op elkaar zijn aangebracht en een halfgeleider
vormen. CIGS-cellen staan bekend om hun hoge energierendement.
| |
|


Basisbegrippen :
Kilowattpiek (kWp) is een universele eenheid waarmee
een PV-installatie wordt uitgedrukt. Elke PV-module die van de band rolt, wordt
onderworpen aan een volgens de STC (“Standard Test Conditions”) genormeerde
test. Zo wordt de capaciteit van een paneel bepaald; hierop is een procentuele
performantie-afwijking toegelaten. Deze afwijking dient vermeld te worden op de
technische fiche van het paneel. Het is op dat Wattpiek-vermogen dat de
fabrikant een garantie biedt.
Kilowattuur (kWh) : met 1 kWh kun je een verbruiker
van 1000 W gedurende 1 uur van stroom voorzien. Als voorbeeld : een gemiddeld
gezin van 4 personen verbruikt op jaarbasis ongeveer 4000 kWh.
Omzetting kWp => kWh : om te weten hoeveel kWh een
PV-installatie zal opleveren, moet de waarde in kWp vermenigvuldigd worden met
een bepaalde factor. Die factor is afhankelijk van het type technologie, de
geografische locatie van de installatie en de oriëntatie (afwijking naar het
zuiden). De factor die doorgaans in België wordt gehanteerd voor de
monokristallijne panelen, is 850. Voor amorf silicium op platte daken bedraagt
de factor 800.
Bijvoorbeeld : een installatie van 5 kWp levert voor de komende 20 jaar
gemiddeld 4250 kWh/jaar op ! De factor is afhankelijk van de locatie. Zo zal een
installatie in het zuiden van Spanje een hogere factor hebben dan dezelfde
installatie in België.
 |